Eerste maanden

Maart 2012

Voor de derde week op rij zou ik deze week zeker ploegen. Het klingelen van paardenbellen als feestelijk startschot van ons eerste teeltseizoen.
Met het ongeduld van bomen die uit hun knoppen barsten, en krokussen die de grond uit knallen, zit ik daar al zo lang op te wachten. Opgehitst door het lengen der dagen, de stralende zon en een lucht vol lentegeuren; gegons rond papa's bijenkasten, kwetterende mussen, en grommende tractoren van buur-boeren die ook niet meer kunnen wachten.

Maar het land lacht om al dat jeugdig ongeduld. Wie oud en wijs is neem z'n tijd, droogt rustig de winter van zich af, en bereid zich voor.
Daar kunnen we nog wat van leren, en hebben ons er bovendien gewillig bij neer te leggen, maar niet alvorens toch even te proberen… Maandag met Sarah een voor uitgereden, waaruit bleek dat het inderdaad nog te vroeg was. Dinsdag met Mira en Lola het land opengetrokken. Wat een verademing! Die 70 liter van een aantal weken geleden had de grond volledig dichtgeslibd, waardoor het drogen traag ging. Dat is nu wel anders! Terecht rinkelde het gareel er vrolijk op los.
Morgen kunnen we eindelijk beginnen ploegen. Dat zal wellicht een aantal dagen duren. Daarna gaan we verder met fijnleggen, zaaien en planten. En zo zijn we vertrokken!
De Koster brengt volgende week plantgoed van spitskool, bloemkool, sla en andijvie. Peultjes, doperwten, en capucijners hebben we zelf voorgezaaid in moeders ‘serreke’ (ze komen mooi op). Van zodra het kan zaaien we tuinbonen, wortelen, de prei opkweek, … En het pootgoed van de ajuin staat al klaar. Echt heerlijk al dat jong geweld!

Ook de bella’s hebben het dezer dagen naar hun zin. Ze kunnen af en toe buiten en dat doet hen deugd. Van tijd tot tijd eens luid loeien of alles in orde is met hun kroost, en dan weer gulzig verder grazen.
Mama zit nu pas echt tot over haar oren in de melk. Die koeien laten zich goed gaan. 10l/koe/melkbeurt (=40l/dag)! En dat terwijl Bruno (ons jongste telg) nog zo z'n best doet om die immense uiers de baas te blijven. Er zit niets anders op dan zowel 's morgen als 's avonds kaas te maken, de capaciteit van onze kaasvorm is immers beperkt. Hoe dan ook een situatie die niet al te lang houdbaar is, we zoeken dus naar een uitweg voor de melkplas.
Michiels’ navelontsteking was terug. We weten intussen hoe hem te verzorgen. Hij wordt graag bepoteld en geneest goed. Wat een frisse neus en groen gras al niet vermag.

Papa is nog volop bezig aan de infrastructuurwerken: opslagplaats voorzien, waterleidingen leggen, wateropvang aan de toekomstige wasplaats, ... Hij voorziet een oplossing voor alle denkbare noden die zich stellen. Daarnaast helpt hij me met het opzetten van de composthoop, de stal uitmesten, enz. Blij dat hij in ons team zit…

Vorig weekend zijn we een werfkeet gaan halen (in Rotselaar) als veldkantoor. Daan, onze vaste verhuisman, was weer van de partij, en ook broer Jan stond paraat om te helpen sleuren indien nodig. Maar voor we het wisten was de klus geklaard. De pallang (ook wel “sterke man” of “eentje” genoemd) trok met zeker gemak de boel op de kar, en we konden vertrekken.
Zus rilde van de koorts maar raapte, dapper als ze is, al haar moed bijeen, en kwam mee de keet verwelkomen.
Zo raakt het veld langzaam maar zeker ingekleurd. Met laagstamfruit aan de randen, een vlechtwerk van wilgentenen als schutting, groenten, bloemen, en hopelijk een bonte mensenmassa.

Aan ons promo-team zal het in geen geval gelegen hebben, mochten we hier moederziel alleen zitten. Zus en Dieter leveren echt schitterend werk. Posters en flyers voor onze voorstelling in de Steinerschool van Ieper, wegwijzers voor aan de straatkant, lay-out van onze blog, enz. Ook het ontwerp voor onze folder was om duimen en vingers van af te likken, helaas was de eerste druk op recyclage papier veel te donker. Daar zit je dan met duizend zwarte folders… Onze ecologische voetafdruk kreunde, maar we proberen er een creatieve wending aan te geven, en ze alsnog ergens voor te gebruiken. Desalniettemin zijn ze herdrukt, zij het in een aanzienlijk kleinere oplage. Ze zijn mooi!

En er is nog schitterend nieuws van een heel ander kaliber. Anna, onze patroonheilige uit Nederland komt bij ons in de straat wonen. Het is zo’n immens voorrecht om al die kennis en ervaring in de vorm van een vriendin dicht bij huis te hebben. We kijken er hunkerend naar uit!

Jaja, de lente kriebelt.
Hopelijk mogen we ook jullie hier binnenkort of wat later ontvangen.
In afwachting zijn we te volgen op onze blog: http://www.stoppelwatou.blogspot.com/

Vele groeten van de hele Stoppelbende!


December 2011

Het stof dat in de drukke nazomer opwaaide, is gaan liggen. De verstilling van de prachtige herfst heeft ook ons rust gebracht. Er is ruimte om te ademen, en tijd voor ieder om z’n plek te vinden.
Plannen die gemaakt zijn, kunnen rijpen.


Ons project verpopt zich, om komend jaar als boerderij te ontpoppen. Zo voelt het, en dat hoop ik. Uiterlijk zal er nog veel veranderen eer het zo ver is, maar de hartslag stemt zich al af op het ritme van de seizoenen. De kern van het nieuwe is reeds aanwezig.

Sinds eind september vervoegen twee koeien, Tammie en Paulette, de familie. Inmiddels is daar een flink kalf bij gekomen: onze Michiel. En er zit er nog eentje klaar, voor begin januari.
U zou ze moeten zien, kalm herkauwend in het poortgebouw. Totale berusting. Ik moet er steeds om lachen. De één met haar froufrou omhoog, de ander met een platte pony, en dat in alle ernst.


Het land is klaar om de winter in te gaan. Nadat de haver gemaaid en geopperd was, is de stoppel licht ondergewerkt, en enkele weken later opengetrokken met een triltandcultivator. Het gaat goed met de paarden, en de grond had er deugd van wat verlucht te zijn.

Hier op het erf is veel veranderd. De ommuurde mestplaat (met afvoer) is klaar, er zijn afdaken bijgekomen als bergplaats voor materiaal (en pap’s tractor), een hok voor Michiel als hij groot is, en voor de varkens als die komen, enz.
En toch merken weinig mensen er wat van. Het doet natuurlijker aan dan voorheen. Dat is de verdienste van onze paps. Die is echt een krak in het bepalen van juiste verhoudingen. Wat een geluk dat we zo’n bouwmeester in huis hebben.
Ons moeder is van de kook. Ze veredelt de melk tot de heerlijkste afgeleiden. Kaas, yoghurt, boter... Dat in combinatie met het ontvangen van bezoek, afwas, en telefoons, is zeker niet evident. Maar zij krijgt het, veelzijdig als ze is, voor elkaar. De boter botert niet altijd. Dan is ze wat van haar melk: “wat loopt er toch fout?” Zus en zij zijn een keer bij Ria gaan kijken hoe die dat doet. Dat hielp, maar het blijft een précaire affaire.
Zus is nu ook een vaste waarde op onze boerderij in wording. Ze komt ’s morgens vroeg met de trein, en vervolgens op de bromton, fris en fruitig aangefietst. Ons manusje van alles.


Vorige zondag waren Luuk en Mia hier, in hoogst eigen persoon. Hun betrokkenheid, ook in naam van jullie, klantenkring van de Blauwe Bloem, doet deugd. Samen hebben we het teeltplan voor volgend seizoen bekeken en besproken.
Komende week trek ik ermee naar Anna. Het is een immens voorrecht om gesteund en geholpen te worden door iemand als zij, met zoveel ervaring en inzicht.
Maar ook dichter bij huis kan ik terecht. Bvb. op Den Blinker, in Dranouter, de plaats waar ik laatst stage liep. We bekijken met welke teelten we elkaar kunnen aanvullen, om dan samen te werken. Dat is echt de enige manier waarop het kan, en waarop ik het wil in de toekomst: samenwerken.


En dan is er de binding met de buurt. Ook die komt beetje bij beetje.

Tot zover het nieuws uit de Westhoek.
Geniet van de koude van de winter en de warmte van de stoof!
Geniet van het begin tot het einde van het einde en het begin,
en van het gezellige samenzijn.


Tot volgend jaar. Ons eerste jaar samen.
Ik kijk er naar uit, en wens jullie ‘t allerbeste!
Van harte,


Fien.


September 2011

Sedert de vorige nieuwsbrief ben ik afgestudeerd (eind juni), m’n stage is afgelopen (eind aug), we hebben definitief afscheid genomen van Gent, en zo knoopten de eindes zich de voorbije maanden aan elkaar.

Wat volgt is het grootse nieuwe begin waar ik al die tijd zo hunkerend naar uitkeek. In mijn voorstellingen begon dat met een lege maand september. Een zee van tijd ter beschikking voor het project. Daarin zou zich een strak plan ontwikkelen, dat uitgebreid op papier kwam, en als dusdanig (gemakkelijk) stap voor stap uitvoerbaar zou zijn...

Maar hoe anders zit het leven in elkaar. De bedenker daarvan is veel ingenieuzer en avontuurlijker dan ik. Zoveel is wel duidelijk.

Om te beginnen begon het begin al temidden het midden van het einde dat dus nog niet ten einde was (begin aug). Een simpel telefoontje van onze buurman die wist dat we op zoek waren naar een serre, met de melding dat hij iemand wist die er één aan ’t afbreken was... Als een mens wist wat voor gevolgen zulke telefoontjes hebben, ge zout den telefoon niet meer durven opnemen.
Het bleek een prachtige grote serre (van 2x(9x50m)) te zijn. Niet al te recent. Uit het tijdperk dat degelijkheid de wegwerpeconomie nog in de weg zat. Ouderdom was in deze dus een pluspunt. Mijn eerste reactie was (zoals steeds): nee dit kunnen we niet doen. Gelukkig heb ik ouders die een enorm goed oog voor potentieel hebben, en een zwak voor kwaliteit. Ik werd overhaald. Net op tijd. Want toen alles in kannen en kruiken was, sloeg bij ons papa de twijfel toe. Zeker niet onbegrijpelijk; de aanblik van zo’n massa (weliswaar keurig afgebroken) serre moet overweldigend geweest zijn. Al een geluk dat ik er toen niet bij was. We regelden vervoer, en gingen voorbereiden. Zelf konden we met twee auto’s + aanhangwagens al de aluminium laden. Dat eerste deeltje van de onderneming verliep dus bijzonder vlot. (Hoe kon het ook anders met twee vrouwen (zus en ik) aan ’t roer). Maar twee dagen voor de grote verhuis, werd de camionchauffeur opgenomen in het ziekenhuis met hartklachten. Dat deed de plannen weer even wankelen, maar achteraf bleek het een goede zaak,want het terrein lag op dat moment nog veel te nat, terwijl een week later, toen de man terug op de been was, de grond kurk droog en het weer ideaal was.
Eerst nog een dag voorbereiden. Al het ijzer stevig binden en op blokken zetten, beton op paletten, en het glas in stevige bakken. Zus was weer van de partij, Thijs, m’n jongste oudere broer (zonder wie we ’t zeker nooit hadden klaargekregen), en Hubert de man van de serre, die ondanks zijn respectabele leeftijd (76), ongelooflijk hard meegewerkt heeft.
De dag zelf was ongemeen spannend. Het scheelde geen haar of we konden in groepsverband gehospitaliseerd worden wegens hartstilstand. De twee camions (een basjee, zoals ze dat zeggen, en een platte met manitou erop), waren stipt. Het laden was vreselijk. Geen van ons had evaring in serretransport. Hoeveel eenvoudiger blijkt nogmaals het plan dan de uitvoering. De rit Wichelen – Watou verliep vlekkeloos. Lossen was een lust. In één twee drie stond alles ter plekke, en zo konden we rond acht uur ’s avonds, moe maar tevreden, een punt zetten achter ons eerste van vele avonturen.
Intussen was ik reeds aan ’t rennen voort ’t volgende. Hooi in wording redden door het op hopen te gooien met een basj erover. Ook de weergoden waren aan ’t einde van zo’n drukkende dag toe aan ontlading. Een knetterend onweer. Gelukkig vielen de eerste druppels pas toen ik klaar was en het donker werd.


Had u het al in de mot, de volgende verassing? Ik ben in blijde verwachting van twee drachtige koeien. Ze kunnen nu elk moment toekomen. ‘k Heb ze gekregen van een goede vriend, volgens het Afrikaans systeem. Hoe dat werkt zal ik u later nog wel eens vertellen. M’n blad is bijna vol, maar dat hindert niet, we kennen elkaar nu toch, en er zullen nog vele brieven en verhalen volgen. Over hoe er bij koeien houden meer komt kijken dan je denkt, over hoe na veel getwijfel papa’s tracteurke er toch gekomen is (omdat er op paarden nu eenmaal geen hefinrichting te installeren valt, en de mensen in dit project liefst nog zo lang mogelijk mee moeten gaan), over al de fijne ontmoetingen die ons project meer en meer draagkracht geven, en over nog zoveel meer.

We zijn vertrokken. Het is druk. Het is spannend. Alles is nieuw. Steeds weer manieren en oplossingen bedenken. Maar het is zalig. We worden goed omringd, met steun, raad en daad.

Tot binnenkort!
Hartelijke groeten,


Fien.


Mei 2011

Het doet me steeds meewarig glimlachen, als ik bedenk waarmee het begonnen is. “Wat was ik nog jong”, zeg ik dan zeer matuur tegen mezelf. “Hoe eenvoudig waren mijn redeneringen…” en een beetje vergoelijkend: “maar misschien schuilt net daarin de kracht.”

Enerzijds was er in de nasleep van m’n pubertijd ‘hang’ naar zingeving. Op welke manier kan mijn leven zo veel als maar mogelijk positief bijdragen aan deze wereld. Anderzijds was er de luxe dat het antwoord zich in alles om me heen bevond. Ik moest het enkel maar (h)erkennen en er mee aan de slag gaan. Dank dus aan m’n ouders voor de principes die ik met de moedermelk en vaderpap meekreeg, en aan Luuk en Mia, om mooie principes handen en voeten te geven, waardoor ik ben opgegroeid met de praktijk die voor mij dus een evidentie vormt.

De redenering ging als volgt: hoe dichter je bij de essentie kan ingrijpen, hoe groter de verandering. Doordat alles aan elkaar hangt zijn alle, wereldwijde problemen, te herleiden tot één oorzaak. Als ik erin slaag die te vatten en te bewerken, dan is m’n ‘hang’ vervuld. Langs deze weg kwam ik dus tot de landbouw. Dat was de vorm waarin ik duidelijk zag hoe het sociale, ecologische en economische op een goede manier met elkaar verweven konden zijn.
(Landbouw is hetgeen dat mij trekt, maar als je die verwevenheid voor ogen houdt/respecteert maakt het niet uit wat je doet)


Het besluit van mijn zingevingszoektocht werd goed bevonden. Vervolgens kwam het er op aan dit op de praktijk los te laten. Bezit ik wel de potentie van een boer? Dé plek om daar achter te komen was bij Anna, op de Horsterhof, een prachtige bd-boerderij nabij Arnhem. Niet dat ik nu mijn potentie precies in beeld heb. Maar Anna heeft bij mij het boerenvuur ontstoken. Heet genoeg om een ijzeren wil in te smeden.

Terug thuis ben ik met Landwijzer begonnen. Dat was een kader dat me tijd en ruimte bood om de boerendroom te aarden. Met stage als gewenning aan het boerenleven.

Van een zoektocht naar grond is nauwelijks sprake geweest. Voor mij was er maar één plek waar het kon gebeuren. In de buurt van ons thuis in Watou. Daar ligt mijn anker. Waardoor het schip gewoon niet driften kan.Alle naburige boerderijen werden onderzocht op mogelijkheden. En er zit heel wat potentieel! Nog ouderwetse, kleine boerderijen, en daardoor relatief gemakkelijk richting ideaal (kleinschalig gemengd bedrijf) te bewegen. De westhoek zit echt op een kantelmoment. Als deze oudere boeren zonder opvolging stoppen kunnen ofwel jonge mensen met idealen het overnemen, ofwel worden ze opgeslorpt door grote bedrijven die nog groter worden.
Behalve uitdokteren werd er ook veel gepraat met mensen uit de buurt. Men wist dus dat we op zoek waren naar grond. Zo werden we opgebeld door een boer die met zijn pacht van 2 maal 1ha stopte. We hebben deze kunnen overnemen, en pachten ze nu voor 27 jaar.
De eigenaar, Michel Deroo, heeft 7 trekpaarden, en al het materiaal om het land te bewerken. Hij stelt dat bovendien allemaal ter onzer beschikking, wat een ongelooflijk voorrecht is!


Omdat ik nu nog tot eind augustus stage loop op Den Blinker, een schitterend bedrijf dat kruiden en grove groenten teelt in Dranouter, en waar ik zeer veel bijleer, kon ik nog niet zoveel tijd besteden aan m’n ‘eigen land’. Daar heb ik groenbemester op gezet, zodat de grond een jaar kan rusten. Vanaf volgend jaar begin ik op 1stuk groenten te telen.

De opstart zal heel wat ‘voeten in de aarde’ hebben. Vooral afzet vinden zal niet vanzelfsprekend zijn. Samenwerken met de Blauwe Bloem zou een grote steun zijn. Een beetje zekerheid. Mensen die verbinding willen aangaan, en mij op die manier een kans geven.

We horen nog van elkaar! 
Hartelijke groeten,

Fien.